Startpagina A4D 2018 Gebieden Geschiedenis Wandeltochten Nieuws Contact Fotogalerie Privacyverklaring

Liudger


Liudger studeerde in Utrecht en York (Eng), gaf les aan de kloosterschool in Utrecht maar was vooral rondreizende apostel. Op 43-jarige leeftijd begon Liudger zijn apostelwerk in Deventer. Van daaruit breidde hij zijn werkzaamheden verder naar het noorden uit. Liudger beheerste de Friese landstaal. Zijn grootvader was een Friese edelman die naar Luik was gevlucht; vandaar waarschijnlijk zijn kennis van de Friese taal. Dit bleek een groot voordeel te zijn. De wonderbaarlijke genezing van de blinde dichter Bernlef bezorgde hem grote roem.

Bernlef wilde niet bekeerd worden, tenzij Liudger kon aantonen dat zijn God echt machtig was, en vroeg dus om een bewijs. Liudger legde daarop zijn handen op de ogen van de dichter en sprak een gebed uit. Het gebeurde in Helwerd. Toen Liudger zijn handen wegnam, kon Bernlef tot zijn grote verbazing zien. Hij zag Usquert liggen en iets verder weg zag hij Warffum. Deze genezing zou als en lopend vuurtje rond zijn gegaan. Liudger was waarschijnlijk ook de stichter van de eerste christelijke kerk op de restanten van de Friese tempel Rottum. In 796 stichtte Liudger een klooster in Werden aan de Roer en schonk al zijn bezittingen aan dit klooster. Nadien werd Liudger bisschop van Munster. In die functie had hij jarenlang het kerkelijk bestuur over de Ommelanden: Hunsingo, Fivelingo en  Westerkwartier. Naast de hervormde kerk  van  Usquert staat een kunstwerk dat de genezing van Bernlef uitduidt.





Herdenkingsplaat naast de kerk van Usquert

Tekst: “en Liudger deed Bernlef zien”

Liudger (742-809), ook wel Ludger genoemd, was missionaris in het gebied der Friezen. Hij had hier meer succes. Hij voltooide het werk waarvan evangeliepredikers als Willibrord en Bonifatius de grondleggers zijn geweest. Een groep “fundamentalistische” kluizenaars (de Kartuizers) vond na verloop van tijd dat de kloosterorde van Cluny wel erg veel kenmerken van een “rijk” leven begon te vertonen. Er ontstond een nieuwe orde, de Orde van Citeaux, de Cisterciënzer Orde genoemd. Deze Orde onderscheidde zich van de oorspronkelijke Benedictijner Orde in de wijze waarop ze was georganiseerd.

Alle Cisterciënzer klooster maakten deel uit van één grote organisatie. De kloosters moesten regelmatig verantwoording afleggen aan, en overleggen met het klooster in Citeaux. Bij de Benedictijners was elke klooster geheel zelfstandig.