Startpagina A4D 2018 Gebieden Geschiedenis Wandeltochten Nieuws Contact Fotogalerie Privacyverklaring

Rottum

Op de kwelderwallen langs de Fivel vestigden zich in de zesde eeuw voor Chr. reeds de eerste bewoners. In de vijfde eeuw na Chr. bouwden de Friezen hier hun Germaanse tempel. Rottum bleef tot 742 een belangrijke heilige plaats van de oude Friezen, maar in opdracht van Liudger (katholieke prediker) werd de tempel, met alles wat erbij hoorde, afgebroken. Wat bruikbaar was, is door de katholieken gestolen en in hun eigen heilige plaatsen weer gebruikt. Op de ruïnes van de Friese heilige plaatsen bouwden de Benedictijner monniken in de dertiende eeuw een klooster dat gewijd was aan Sint Juliana. Dit klooster bezat ruim 1100 ha land waaronder een deel van het eiland Rottumeroog. Bij het begin van de Tachtigjarige Oorlog graven de kloosterlingen een dubbele gracht rond het klooster om zich beter te kunnen beschermen tegen de aanvallen van de Nassau’s. Echter, in 1580 kiest abt Jodocus de kant van de Nassau’s. De buitengracht wordt met bastions versterkt. Maar de verdedigingswerken waren niet sterk genoeg, want in 1587 wordt een deel van het klooster door Spaanse troepen verwoest. Ook de Spaanse bezetters beleefden niet zo erg lang plezier van hun daden. In 1594 is voor hen de lol in de Hollandse Republiek voorbij. De “oorlog” duurt daarna nog erg lang (tot 1648), maar de Spanjaarden deden niet meer mee. In 1594 worden alle kloosterbezittingen verkocht of vervallen aan de Provincie. De kloosterkerk blijft als Protestantse kerk in gebruik. Het klooster raakt in verval: in 1658 stort de zuidelijke vleugel in. In de daaropvolgende eeuwen worden de restanten gebruikt voor wegverharding, huisfundering en opmetselen van muren.

In 1855 stort ook de noordelijke vleugel in. In 1885 wordt de kloosterkerk gesloopt. Op de fundamenten, op de hoogste punt van de wierde, wordt in 1889 de huidige zaalkerk gebouwd. In de kerk bevinden zich drie restanten van de vroegere kloosterkerk namelijk: het torenuurwerk met spillengang, het orgel dat dateert uit 1835 en de 17e eeuwse preekstoel met het vijfkantige klankbord.


De drie kerkvoogden die de zaalkerk in 1889 bouwden, maakten geen gebruik van de beschikbare kloostermoppen. Ze kochten de benodigde bakstenen van de nieuwe plaatselijke steenfabriek Ceres.

Opvallend aan de voorzijde van de kerk is het fraaie siermetselwerk met rode, gele en donkere stenen. Karakteristiek voor het interieur van deze kerk zijn: het gepleisterde tongewelf, de decoratieve gietijzeren ventilatieroosters, de houten kerkbanken, de houten orgeltribune, ondersteund door twee gietijzeren pilaren, en de acht spitsboogvensters met hun gietijzeren tracering.

In de dakruiter (= torentje op de voorgevel) bevindt zich een luidklok. De tweeëndertig grafzerken behoren toe aan de familie Knol die vroeger een belangrijke rol speelde in het gebied rond Rottum. Op de zerken staan prachtige treurdichten.


Rond 1820 laat de diaconie van de Nederlands Hervormde Kerk op de hoek van de begraafplaats uit restmateriaal van het voormalige klooster een eenvoudige éénkamer(huur)woning bouwen. Dit huisje is jarenlang bewoond geweest door verschillende gezinnen. Sinds 1953 heeft het gedurende enige tientallen jaren leeg gestaan. In het begin van deze eeuw heeft de Stichting Woonhuismonument dit huisje laten restaureren en in laten richten door het Hoogeland Museum te Warffum . U treft dit huisje nu aan naar de situatie van omstreeks 1880. Er wordt nog gestookt met turf en de kamer werd verlicht met een olielamp. Het kleinste huisje van Rottum wordt onderhouden door vrijwilligers.


Als u de J. Tilbusscherweg ingaat, ziet u na ongeveer 600 meter, in de tweede bocht, een weg naar links. Een bord verwijst naar boerderij “Bethlehem”. Op de plaats waar nu deze boerderij staat, stond het nonnenklooster Bethlehem.

U volgt de J. Tilbusscherweg en ongeveer 400 m na de genoemde weg naar Bethlehem is een pad naar links. Als u dit pad, dat langs de dubbele kloostergracht ligt, volgt, komt u uit op de Kloosterweg. Aan dit pad ligt nog één van de bastions.

Tussen de Kloosterweg en de begraafplaats loopt een oude muur waarin kloostermoppen zijn verwerkt.

Een bekende Rotummer is de dichter, schrijver en onderwijzer Jan Boer. Een man met een grote betrokkenheid bij de Groninger taal, cultuur en inwoners. Hij beschreef op boeiende wijze het leven op het Groninger land aan het begin van de 20ste eeuw. Hij werd geboren  op 8 juli in 1899. Zijn vader was bakker, maar moest dit beroep opeven door een huidziekte. Hij werd boer, de kleine Jan groeide op als zoon van een “kleine” boer.

Jan Boer volgde de Rijkskweekschool en werd dus onderwijzer.  Later werd hij inspecteur voor het onderwijs van Groningen. Hij schreef vele gedichten; eerst zonder al te veel succes, maar vanaf 1922 vond men zijn gedichten regelmatig in het maandblad Groningen. Jan Boer was één van de initiatiefnemers voor het “Groningen, Letterkundig Tijdschrift” en het tijdschrift ’t Swieniegeltje. Hij bleef schrijven in zijn geliefde taal “het hogelands”. Zijn verhalen verschenen in verschillende dagbladen. Hij schreef toneelstukken en werkte mee aan de vertaling van de bijbel, psalmen en gezangen. Jan Boer overleed op 4 januari 1983.


Het kleinste huisje van Rottum: de éénkamerwoning